Schoolvak Nederlands: leesonderwijs het vaakst onderzocht

22 mei 2012
Nederlandse Taalunie

Onderzoeken naar het schoolvak Nederlands: leesonderwijs het vaakst onderzocht

Den Haag, 22 mei 2012

Op de website van de Nederlandse Taalunie staat een databank met ruim 1500 samenvattingen van empirisch onderzoek naar het onderwijs Nederlands sinds 1969. De meeste onderzoeken blijken te gaan over leesonderwijs. De favoriete onderzoeksmethode is het afnemen van toetsen bij leerlingen. Dat en meer staat te lezen in een pas verschenen brochure over de functies van de databank.

De databank heet HTNO, afkorting van Het Taalonderwijs Nederlands Onderzocht. Je kunt er snel teksten van Nederlandse en Vlaamse onderzoekers bijeengaren. De nieuwe brochure HTNO, brug tussen onderzoek en onderwijs laat zien hoe HTNO gebruikt kan worden. Vooral lerarenopleiders, onderwijsadviseurs en pedagogisch begeleiders kunnen er profijt van hebben. De bank geeft de mogelijkheid om het taalonderwijs te verbeteren op basis van wetenschappelijk verantwoorde conclusies. Zes zoektochten zijn gedetailleerd beschreven.

HTNO levert ook andere interessante gegevens, blijkt uit de brochure. Zo wordt vermeld dat het empirisch onderzoek naar het onderwijs Nederlands pas eind jaren 80 tot volle bloei komt. Het gaat dan vooral om primair onderwijs. Sinds 2000 groeit het aantal publicaties dat betrekking heeft op voortgezet/secundair onderwijs. Nu is de verhouding tussen primair en secundair/voortgezet onderwijs ongeveer drie op twee. Leesonderwijs is het meest onderzochte domein. Daarna volgt het schrijfonderwijs. De leerlingentoets is de populairste onderzoeksmethode.

Eén hoofdstuk is gewijd aan reflecties van wetenschappers. Ron Oostdam van de Universiteit van Amsterdam stelt een zekere verkokering vast: aspecten als mondelinge vaardigheden, lezen, taalbeschouwing en spelling worden zelden in samenhang met elkaar onderzocht. Hij signaleert ook witte vlekken. Er is bijvoorbeeld nauwelijks onderzoek naar het gebruik van nieuwe media. Gert Rijlaarsdam (Universiteit van Amsterdam) mist de relatie met buitenlands onderzoek naar moedertaalonderwijs. En Kris Van den Branden (Katholieke Universiteit Leuven) vraagt zich af waarom maar 10 % van het onderzoek in Vlaanderen gedaan is. Wellicht zijn er financiële redenen. Ook zal meespelen dat er in Vlaanderen niet zoveel bezorgdheid wordt geuit over de taalprestaties van leerlingen als in Nederland.

U vindt de databank HTNO (Het Taalonderwijs Nederlands Onderzocht) op taalunieversum.org/onderwijs/onderzoek/ Daar vindt u ook een PDF van de brochure
HTNO: brug tussen onderzoek en onderwijs
Het Taalonderwijs Nederlands Onderzocht

Een recensie-exemplaar van de brochure kunt u opvragen bij info@taalunie.org of [klik hier voor het telefoonnummer] .

---

De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren en het onderwijs in en van het Nederlands. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op taalunieversum.org.

Noot voor redacties